AlbaniŽ 2016
Deel 1


De eerste keer dat we door AlbaniŽ trokken verbaasden we ons vooral over de dingen die in West-Europa nauwelijks meer te zien zijn. De infrastructuur was in alle opzichten erbarmelijk en ook de huisvesting voor de mensen was in onze ogen onbestaanbaar. Geen wonder dat ik drie jaar geleden vooral daarover heb geschreven. De steden, de dorpen en de mensen zagen er uit als in Griekenland in de jaren zestig, zeventig. Ook de wegen en de vervoermiddelen leken uit de Middeleeuwen.

Maar ... groot pluspunt: de natuur was ongerept, uiterst gevarieerd en uitzonderlijk mooi; vooral de natuur in de Albanese Alpen maakte dat wij in vervoering raakten van het land en besloten er nog eens naar toe te gaan. Maar niet alleen vanwege de natuur, ook vanwege de mensen. De mensen waren zo vriendelijk, zo open, zo behulpzaam. Alle vooroordelen die we over Albanezen hadden, werden tijdens die eerste reis gelogenstraft.

In vergelijking met de eerste reis viel het bij de tweede reis echt op dat er in het land veel werd aangepakt: er waren nieuwe asfaltwegen en er werd een nieuw elektriciteitsnetwerk aangelegd. Vooral in de kuststreken werd ruim gebruik gemaakt van de slopershamer en vele krotwoningen en krotflats die ten tijde van Hoxha waren gebouwd en langzaam instortten werden met de grond gelijk gemaakt. Daarvoor in de plaats kwamen er hoge, modern ogende huizenblokken.

Helaas, naar mijn mening, niet met het idee om de bevolking aan betere woonomstandigheden te helpen, maar eerder om het vele zwarte geld dat in AlbaniŽ in handen is van een paar procent van de Albanese bevolking te kunnen witwassen. Trouwens niet alleen de Albanese piramidespel-rijken wassen wit. Ook de zeer grote Albanese drugsmaffia, de Russen, Bulgaren en ServiŽrs brengen hun zwarte geld naar de Albanese kust om daar "met het oog op de toekomst het toerisme te bevorderen" en daarvoor gigantische hotelcomplexen neer te zetten.

Zeker, er wordt ook voor de gewone Albanezen gebouwd, maar die kunnen met hun zeer bescheiden inkomen (350 tot 500 euro per maand!) een appartement(je) gewoonweg niet betalen. Nieuwbouw is er daardoor dus feitelijk alleen voor de toeristen en de corrupte stadsbestuurders zien maar al te graag dat hun steden worden uitgebreid voor het toerisme. Krankzinnige voorbeelden zijn uitdijende 'woon'-oorden als SarandŽ, VlorŽ en DurrŽs. Honderden, nee duizenden volkomen leegstaande hoogbouwhotels staan daar te koop en/of te huur!

In het binnenland, waar alleen maar boeren wonen, was maar weinig veranderd. Het viel wel op dat er steeds meer van landbouwmachines gebruik werd gemaakt, maar ook dat de boeren nog altijd 'kleine' boeren waren, ook in landbouwgebieden waar intensieve landbouw best mogelijk zou zijn.

Op onze derde reis, dit jaar, hoorden we hoe dat kwam. Ten tijde van het Hoxhabewind mocht geen boer iets voor zichzelf verbouwen: alles, werkelijk Šlles moest naar de staat. De boer werd door de staat in zijn levensonderhoud voorzien. Na de dood van deze eigenzinnige, later schizofrene dictator konden de boeren de opbrengst van hun land zelf gaan verkopen, waardoor hun levensstandaard enigszins toenam. Helaas konden ze hun waren alleen maar verkopen in de oogsttijd en in de nabije omgeving, want er waren geen koelhuizen om hun waren op te slaan (geen elektra!) en ook geen wegen om hun waren snel op de markt te brengen.

Langzaamaan begint daar nu ook verandering in te komen, want het wegennet wordt behoorlijk verbeterd en ook is er meer water en (hydro)elektriciteit voor iedereen gekomen. Vanzelfsprekend profiteren ook de boeren daarvan, waardoor in de nabije toekomst hun levensomstandigheden zeker zullen verbeteren.

We hoorden dit allemaal van de chauffeur / schipper / guesthouse-eigenaar Dennis tijdens een trip op het Komanimeer. Het Komanimeer is een enorm stuwmeer en dat is volgens onze schipper Dennis het enige goede wat Hoxha ooit heeft bedacht. Niet omdat Dennis nu zijn brood kan verdienen met tripjes vanuit de camping Shkodra Lake naar het stuwmeer, maar omdat dat meer ervoor heeft gezorgd dat er meer water en elektriciteit voor het land beschikbaar kwam. Voordat de dam in de Komanirivier er was, stroomde het water 'ongebruikt' de zee in.

Onze tocht naar het Komanimeer

Vanaf de camping met de auto naar de afvaart is zeker al een dagtrip waard. De chauffeur Dennis rijdt heel kalm, zodat we onderweg al van de overgang van het vlakke kustlandschap naar het fantastisch mooie Alpenlandschap kunnen genieten.

Door het landbouwgebied

Op het platteland rijdt de boer nog met paard en wagen, ůůk om gewoon boodschappen te doen. Maar ... nu wťl over geasfalteerde straten en hun huizen zijn nu, zelfs op de meest ontoegankelijke plekken, allemaal voorzien van aansluitingen op het nieuwe elektriciteitsnet.







Verdeelstation voor elektra

De bergen in

Na het grote Komanimeer zijn er in het dal van de Komanirivier nog een aantal stuwmeren gemaakt, die ook geŽxploiteerd (gaan) worden als waterreservoir en voor het opwekken van hydro-elektriciteit.



De eerste berg laten we rechts liggen


Veel zilverreigers en ťťn blauwe reiger




Een wolspinnend herderinnetje


De oude, nu verlaten streekschool





 


Veel bouwbedrijvigheid bij de dam in het Komanimeer

De dam van de Komanirivier wordt op dit ogenblik versterkt en men bouwt daar een nieuwe grotere elektriciteitscentrale. Om bij het meer te komen moeten we door een tunnel, eigenlijk meer een grot. Geen verlichting, hier en daar erg smal en erg, erg bochtig. Direct na de tunnel is er een mini-parkeerplaatsje met de aanlegplaatsen voor de boten. Met erg veel stuurkunst kan de chauffeur daar een plekje vinden.



  AlbaniŽ 2016: Deel 2 -->


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
www.bgbpix.nl