Een kerk met bijna vergeten schatten in Frankrijk

Ergens op weg naar het zonnige zuiden van Frankrijk lezen we op een wegwijzer een nogal merkwaardige plaatsnaam: La Chaise-Dieu. De naam van het dorp, misschien is het wel een stadje, zet aan het denken. La Chaise-Dieu? De stoel van God? Rare naam voor een plaatsje. We zoeken in ons reisgidsje op of het de moeite waard is om ernaartoe te rijden. Daar staat in dat La Chaise-Dieu een franse verbastering is van La Casa Dei: het huis van God. En zo kom ik ook te weten dat La Chaise-Dieu in de Auvergne op een granieten plateau op zo'n 1000 meter hoogte ligt, 794 inwoners heeft (toch een dorp, dus!) en er een bekende Abdij staat. Alleen dat van de Auvergne weet ik omdat ik daar middenin rijd, maar vooral die 'bekende Abdij' prikkelt mijn nieuwsgierigheid, daar wil ik meer van weten. Zo komen we dus in La Chaise-Dieu terecht.

Al direct bij het binnenkomen van het plaatsje wordt er door middel van borden met pijlen op gewezen dat je niet door moet rijden, maar vooral je auto ergens moet parkeren en de tijd moet nemen om de Abdij te bezoeken. Dat doen we. Eigenlijk ook omdat het begint te regenen en daardoor verder rijden in de bergen op de smalle weggetjes niet zo prettig is.

Door een zeer oude, bouwvallige toegangspoort komen we op een dorpsplein, laten we het zo maar noemen. Daar staan o.a. links het stadhuis, oud (want vroeger was het toch echt wel een stad!), daarnaast de Abdij, ook oud, en rechts daarvan zeer merkwaardig: een kerk met de achterkant naar het plein toe, maar wel met een behoorlijk hoge toren.


De bouwvallige poort, waar we door waren gekomen zonder stenen op ons hoofd te krijgen.

De apsis van de kloosterkerk met zeer hoge, smalle, gotische, gebrandschilderde ramen.

Een Italiaans-romaans aandoende toren: de Tour Clémentine die zo te zien eerder bij een fort dan bij een kerk past - enkele vensters hebben gotische vormen en zijn er waarschijnlijk in latere tijden in aangebracht.

In 1043 streek hier een monnik neer om op de heuvel te gaan mediteren: Robert de Turlande. In korte tijd hadden zich om hem heen enige honderden volgelingen verzameld en zij stichtten een Benedictijner klooster. Pas in 1344 werd bij het klooster met de bouw van de kerk begonnen en in 1366 werden de torens afgebouwd. In die tijd werd één van de monniken van de Abdij, Pierre Roger de Beaufort, gekozen tot paus in Avignon: Paus Clémens VI. Deze werd naar zijn wens na zijn dood begraven in de Abdijkerk. In 1790 werd de Abdij na de Franse Revolutie gesloten en nooit meer gebruikt. De bijbehorende kerk werd een gewone parochiekerk.

De kruisgang van het klooster in de gotische stijl van de Languedoc.

Via een onooglijke deur komen we langs de kloostergang de kerk binnen. Het was helaas in het schip van de kerk behoorlijk donker, waardoor het moeilijk was om echt goede foto's te maken. Bovendien had ik geen statief bij me. Ik laat dan nu ook maar de minder goede foto's zien om toch een beetje goed beeld te krijgen van de unieke dingen die we in de kerk tegenkwamen.

Uniek zijn ze namelijk zeker: een goed bewaard gebleven tapijt van ongeveer 65 (!) meter lengte en een schets van de Dodendans van zestien meter lang op de muur, een soort fresco. Het eerste wat echter opvalt als we binnenkomen is een vrouwenbeeld van onbestemde ouderdom dat in de afgeschoten zijbeuk tegen de muur in de schijnwerpers staat.

Misschien stelt dit beeld Maria Magdalena voor - in haar handen heeft zij een crucifix dat omwonden is met een aantal bloeiende rozen.

Het schip met het altaar aan de oostzijde en een soort ikonostasis, de koorafsluiting, aan de westkant maakt een smalle indruk, doordat de zijbeuken door houten (!) muren gescheiden gehouden worden van het schip. De koorafsluiting diende om de monniken erachter van de leken in de kerk gescheiden te houden bij de diensten. Achter de koorafsluiting hangt een machtig orgel dat kortgeleden in oude glorie is gerestaureerd. Het omlijstende eiken houtwerk daarvan met prachtig houtsnijwerk is zeker ook de moeite van het bekijken waard.

Dat geldt ook voor de sarcofaag van paus Clémens VI. In schitterend wit marmer staat midden in het koor de sarcofaag van de paus. Tijdens zijn leven heeft de paus er veel toe bijgedragen dat La Chaise-Dieu tot bloei kwam en de Abdij en kerk tot stand kwamen. De stad La Chaise-Dieu is overigens pas later rond de Abdij ontstaan.

Het altaar is buitengewoon sober in tegenstelling tot de rest van het 'interieur'. Het lijkt wel of het nooit gebruikt wordt.

De koorafsluiting met daarboven een groot crucifix en daarachter - nog net zichtbaar - het luisterrijke orgel.

Detail van de sarcofaag van paus Clémens VI.

In het koor bevinden zich over de gehele lengte van de zijmuren en ook aan de westkant grote kerkbanken met schitterend in donker eikenhout gebeeldhouwde leuningen. Het geheel maakt daardoor een intieme indruk, mede doordat de gotische kruis- en ribgewelven van natuursteen in dat gedeelte van de kerk niet erg hoog oplopen.

Achter de koorafsluiting bevindt zich de sacristie en een toegangsdeur tot de Tour Clémentine. In tijden van nood konden de monniken zich in de toren 'verschansen'. Er waren daar wapens(!), maar ook voedseldepots en een waterput voorhanden voor de monniken om een eventueel beleg te kunnen overleven. Ook werden daar de relikwieën en kostbaarheden indien nodig veilig opgeborgen.

Het schip met de kruis-ribgewelven.



Beeldhouwwerk op de stoelleuningen.

Het altaar.

Boven de banken bevindt zich tegen de wand het tapijt van La Chaise-Dieu.

Het werd aan het begin van de zestiende eeuw door Vlaamse tapissiers uit Brussel en Atrecht geweven. Het meet ongeveer 65 meter en is bijna anderhalve meter hoog. Het beeldt in vele delen episoden uit het leven van Christus uit die worden vergeleken met gebeurtenissen uit het Oude Testament. Zo kan men bijvoorbeeld Adam en Eva ontwaren, maar ook Jezus die door Johannes de Doper wordt gedoopt. Het geheel geeft niet alleen de bijbelse verhalen weer, maar herbergt ook tal van kleurige details die het doek veel levendiger maken. Het kan beschouwd worden als een zogenaamde armenbijbel.




Het tapijt van La Chaise-Dieu.

Het fresco met de Dodendans is aangebracht op de afscheidingsmuur in de zijbeuk aan de noordelijke kant. Het is een fresco met een fel rood gekleurde achtergrond met daarop niet ingekleurde schetsmatig aangegeven personen en geraamtes. De Dodendans werd aan het eind van de veertiende eeuw en het begin van de vijftiende eeuw vaak genoemd in de literatuur en later ook verbeeld in boeken en kerken. Waarschijnlijk waren de opeenvolgende pestepidemieën in die tijd de aanleiding om speciale aandacht aan de Dodendans te besteden.

De Dodendans wijst duidelijk op de vergankelijkheid van het bestaan op aarde. In het leven heeft men maar één zekerheid en die is dat men ongeacht de sociale status of de leeftijd zal sterven. Op het moment van de dood moest de stervende voorbereid zijn om naar de hemel te gaan. Vooral in de kerken werd de mens gestimuleerd om een goed en sober leven te leiden: Memento Mori.

Van de ontstaansgeschiedenis van de Dodendans in La Chaise-Dieu is niet veel bekend. Tot voor kort nam men aan dat het fresco rond 1410 is geschilderd en het zou de oudste afbeelding zijn die de Dodendans als thema heeft en zou dus als uitgangspunt gediend kunnen hebben voor latere schilderingen. Enige jaren geleden kwam men er echter achter dat er in 1425 in Parijs ook een Dodendans op een kerkmuur was geschilderd. Dat fresco was echter in de zeventiende eeuw met de sloop van de kerk verdwenen. Er zijn echter genoeg beschrijvingen van dat fresco om aan te nemen dat dit het eerste was dat de Dodendans verbeeldde en als leidraad heeft gediend voor latere afbeeldingen. Tegenwoordig neemt men aan dat het fresco van La Chaise-Dieu rond 1470 gedateerd moet worden.

Het fresco meet twee bij zesentwintig meter en is niet alleen in de drie platte muurvlakken geschilderd, maar krult zich als het ware ook om de steunzuilen van de gewelven heen. De schilder is onbekend. Op de taferelen neemt de Dood in de figuur van een dansend geraamte telkens één persoon bij de hand. Die personen hebben geen identiteit, maar vertegenwoordigen van links naar rechts, de Adel en de Kerk, dan in het midden de Burgerij en rechts de Handwerkslieden. De Dood omarmt uiteindelijk iedereen.




Het fresco met de Dodendans.

Als we de kerk uitgaan om de buitenkant van de kerk te bekijken breekt een waterig zonnetje door. Het valt mij op dat de kerk met zijn kleine vensters en dikke steunberen er zeer gesloten uitziet, misschien mede omdat bij de bouw gebruik is gemaakt van plaatselijk gedolven donker graniet. De straat aan de voorzijde van de kerk ligt veel lager dan het portaal. Hierdoor moest men bij de bouw een brede trap met vele treden maken om de kerk te kunnen betreden.

De enorme steunberen.

De gigantische trap naar het voorportaal.

Het voorportaal.

Het voorportaal is helaas van bijna al zijn versieringen ontdaan. Beelden en beeldjes zijn verdwenen en van het reliëf boven de deur zijn alleen nog vage contouren van mensen en paarden (?) te ontwaren. De drie rijen beelden in de boog zijn alle zwaar beschadigd, hoogstwaarschijnlijk het gevolg van godsdienstoorlogen. De Hugenoten hebben rond 1560 de kerk en het klooster enige tijd bezet en grote vernielingen aangericht.

Detail van het voorportaal - het geschonden beeld tussen de deuren is dat van Clémens VI.

De voorgevel van de kerk is strikt symmetrisch. De symmetrie wordt slechts minimaal doorbroken door een klein verschil in de vormen van de vensters in de torens.

De voorgevel.

Boven het portaal bevindt zich een gebrandschilderd gotisch venster. Daarboven vinden we over bijna de gehele breedte van de gevel een soort overdekte omgang, waardoor het gebouw doet denken aan verdedigingswerken van een kasteel. Dat idee wordt verder versterkt door de twee lage, afgeknotte torens. Alles maakt op mij, in tegenstelling tot veel andere gotische gebouwen, een lompe, zeer massieve indruk.

Als we de stad La Chaise-Dieu verlaten en even achterom kijken, lijkt de kerk inderdaad veel meer op een vesting dan op een godshuis. Het gaat in de Abdij La Chaise-Dieu echter niet om de buitenkant, maar om de schatten die binnen te zien zijn.

Het stadje La Chaise-Dieu.


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
www.bgbpix.nl