Pax Romana
Apollonia

Introductie

Een min of meer vergeten stad in de Cyrenaica (tegenwoordig Oost Libi).

De stad werd in de zesde eeuw voor Christus gesticht als havenstad voor de stad Cyrene en had lange tijd geen eigen naam. Pas aan het einde van de Griekse tijd werd de havenstad de autonome stad Apollonia en in het jaar 96 voor Christus door de Romeinen gerfd. In die tijd kende Apollonia een periode van grote bloei.

Toch zijn er tegenwoordig maar weinig resten van die Romeinse beschaving terug te vinden. Het noordelijke deel van de stad is door vloedgolven en aardbevingen verwoest en in zee verdwenen. De grootste en meest verwoestende aardbeving met de daaropvolgende tsunami vond plaats in juli 365 na Christus. Daarbij werd de hele pier en de haven weggevaagd. Wat nu van de antieke stad rest is een ommuurd, langwerpig stadsdeel dat zich van west naar oost langs de zee uitstrekt.

Veel van de overblijfselen die nu nog te zien zijn in Apollonia stammen uit de bloeitijd van de latere byzantijnse periode toen Apollonia de hoofdstad was van de byzantijnse provincie Libya Superior. Liefst vijf grote basilica's werden er toen gebouwd. De resten van drie van die kerken zijn nog op de opgraving terug te vinden.

Bij nadere beschouwing van die byzantijnse overblijfselen blijkt soms duidelijk dat voor de bouw van de kerken en 'paleizen' de Romeinse resten als leverplaats van bouwmateriaal dienden. Ook zijn later door de Arabieren veel huizen e.d. opgetrokken van de stenen van de 'steengroeve' Apollonia.

Op de opgraving staan verder het zogenaamde Paleis van de Dux, een zeer complex gebouw met meer dan 100 kamers, en een Romeins badhuis. De gebouwen daarvan lopen een beetje in elkaar over.

De bovenstad is nog niet uitgegraven, maar aan de oostkant daarvan heeft men wel een mooi Grieks-Romeins theater blootgelegd. Helaas is het Romeinse gedeelte, het proscenium (het verhoogde toneel) en de scene (de achterwand) goeddeels verloren gegaan. Daarvan zijn alleen de fundamenten terug te vinden.

De op de opgravingen gevonden artefacten zijn in het museumpje opgesteld, maar de 'bewakers' waren helaas niet bereid de deuren daarvan te ontsluiten.

De opgraving

De ligging van Apollonia is schitterend. De foto toont een overzicht van de opgravingen, met vooraan de stadsmuren en links vooraan het museum.

Op de plaats waar nu het toeristenhotel 'Al Manara' staat, stond in de Oudheid een vuurtoren met die naam.

De bewakers van de site waren vriendelijk ("De opgraving is open voor u."), maar ook onverbiddelijk ("Het museum blijft dicht!")

Deze stadmuur aan de westzijde liep in de Oudheid nog een flink eind noordwaarts door naar de pieren.

De Romeinen hadden handig gebruik gemaakt van de natuurlijke eilandjes vlak voor de kust. Zij verbonden deze met elkaar met dijken waardoor een veilige haven ontstond.

De antieke havenpoort.


De westelijke basilica. De absis van deze kerk ligt aan de westzijde!

De vier groene zuilen zijn Romeins, de witte zijn byzantijns.

Hier is het verschil tussen de groene en witte zuilen duidelijk zichtbaar.

De treden leiden naar een doopbassin van de westelijke basilica.

Vlak achter de oude stadsmuur ligt de nieuwe stad Susah.


De centrale basilica. De absis ligt aan de oostzijde.

Een mengeling van oude, ruwe Romeinse zuilen en zeer gladde, slanke byzantijnse zuilen.

Deze slanke byzantijnse zuilen hadden waarschijnlijk alleen maar een houten dakconstructie met pannen te dragen.

Volgens de gids zijn dit oorspronkelijke Romeinse zuilen waarop later een byzantijns kruis is geplaatst.

Delen van de marmeren vloer zijn uit de Romeinse tijd.

Ergens op die vloer ligt daar zomaar een marmeren doopvont uit de byzantijnse periode.

De (foto)graaf zit behaaglijk in de schaduw in de 'bisschopszetel' in de centrale basilica.

Een byzantijnse muur met daarachter de centrale basilica.



Het Paleis van de Dux. Het had meer dan 100 kamers. 83 daarvan bevonden zich in het oostelijk deel en waren bestemd voor het personeel.


De traptreden in het centrale deel dalen af naar een waterbassin.

Tussen de gerestaureerde stadsdelen is het een nog onontgonnen stenenveld.

De Thermen. Deze waren een onderdeel van het Paleis van de Dux en dateren uit de laat-Romeinse periode. Het badhuis zelf werd in de eerste eeuw na Christus gebouwd rond het 'zwembad'. Tot aan de 6e eeuw na Christus werden de Thermen voortdurend uitgebreid.


Rondbogen bij de Thermen. Op zich zijn rondbogen in de Oudheid niet zo bijzonder, maar voor kleine toegangen werden ze maar zeer weinig gebruikt.




De oostelijke basilica. Dit is de grootste van de basilica's.






De oostelijke basilica heeft prachtige zuilen. Het hagelwitte marmer is afkomstig van het Griekse eiland Paros.

De oostelijke stadsmuur met daarachter de oostelijke basilica.

Ilse krijgt bij de stadsmuur uitleg over de bouwperiode van de muur. De gladde stenen zijn Romeins, de stenen met een ruw randje zijn Grieks, de rare ruwe blokken zijn byzantijns.

Er staat nauwelijks meer iets overeind op de Akropolis. Deze moet nog worden onderzocht.

Overal op het terrein liggen antieke potscherven. De potten werden op een draaischijf gevormd.


Aan de voet van de Akropolis zijn aan de zuidkant grafkelders uitgehakt. Sommige dateren uit de Romeinse tijd, maar de meeste zijn later gemaakt.

De Akropolis aan de oostzijde.


Het Griekse theater. Het theater was, zoals gebruikelijk bij de Grieken, in de helling uitgehakt. Later hebben de Romeinen het proscenium en de scene (het toneel en het decor) opgebouwd. De stenen daarvan zijn echter door de Byzantijnen en later ook door de Arabieren gebruikt om nieuwe gebouwen neer te zetten. Van het Romeinse gedeelte van het theater zijn nu alleen nog de fundamenten zichtbaar.

De cavea, het toeschouwersgedeelte, met de 28 treden is nog betrekkelijk intact.

Waar nu strand is, stond vroeger vr de tsunami's en aardbevingen, het noordelijk deel van de stad aan de haven. In de zee zijn nu resten van de oude stad te vinden, zoals havengebouwen, kaden e.d. Deze zijn echter niet door toeristen te bezoeken.

Bij de haven bevonden zich bovengrondse en ondergrondse opslagruimten. Deze waren voornamelijk bedoeld voor tijdelijke opslag, want de 'haven van de stad' was gemaakt voor de doorvoer van goederen.

De grote ronde gaten bij de haven dienden om grote potten met vloeibare stoffen zoals olijfolie rechtop in te kunnen neerzetten.

In de rotsen uitgehakte opslag'loodsen' bij de haven.

Bij de haven bevonden zich ook cisternes om de schepen van water te kunnen voorzien.

Een deel van de antieke pier.


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
www.bgbpix.nl