Tibet - 2000
Deel 5

Naar Gyantse en verder

De volgende dag gaan we alweer om 9 uur weg uit Shigatze. Doel is de volgende stad: Gyantse. Het weer gaat door waar het de hele nacht mee bezig is geweest: hard regenen en onweren. Dat maakt de rit naar Gyantse af en toe problematisch, want de weg is niet of nauwelijks geplaveid en zit vol met diepe kuilen. Het doet ons denken aan de bergwegen in Griekenland in de zestiger jaren.

De weg loopt door een rivierdal. De rivier zal de Brahmapoetra wel weer wezen! Het dal is zo'n 500 meter breed en hier en daar liggen de typisch Tibetaanse dorpjes met de minihuisjes met platte daken dicht opelkaar en dikwijls ook met een klein tempeltje.


In het bebouwbare gedeelte van het land liggen gerstakkertjes die net als bij sawahs door dijkjes zijn omgeven. Die dijkjes zijn er niet alleen om te kunnen irrigeren, maar ook om de erosie tegen te gaan. Het schijnt hier vaak en ook hard te regenen, want de kale bergen zijn hier en daar genadeloos weggeërodeerd. Dat levert wel bijzonder mooie landschappen op met vele steengletschers met daarin diepe stroomgeulen, maar soms ook landverschuivingen die voor de mensen en de wegen rampzalige gevolgen kunnen hebben.




Elk geschikt stukje grond wordt tegen erosie beschermd en voor gerstteelt gebruikt.

Gerstakkertjes langs de weg en een boerenpad naar nog hoger gelegen akkertjes.



Uit de bergen worden iedere lente enorme hoeveelheden slib door de gletscherrivieren meegevoerd.

Jammer genoeg kunnen we door de aanhoudende regen niet al te veel genieten van de wereld waar we doorheen rijden, want uitstappen is er daardoor niet bij. Het is warempel wel even droog als we stoppen bij een dorpje met een minitempeltje.

Poorten in de omheining van de boerderij.

Boven de boerderijpoort op de linkerfoto wappert een Chinese vlag (!).
Boven de poort op de rechterfoto waaien de gebedsvlaggetjes van het Boeddhisme (!).
Op de helling van de berg is een klein tempeltje te zien.

De boer en de boerin. Zij gaat gewoon door met het spinnen van de yakwol.

Van dat tempeltje krijgen we niet al te veel te zien, want we worden bestormd door tientallen kindertjes die vragen om van alles en nog wat. De door iedereen meegebrachte voorraad Bics en Hema-ballpoints uit Holland om uit te delen vermindert in een oogwenk aanzienlijk! Ik snap eigenlijk niet waarom iedereen die ballpoints zo graag wil hebben, want die dingen lekken hier op deze hoogte zó leeg, soms ook in onze tassen!



De ballpoints (en zjnoepp!) bedelaartjes.

De tempel krijgen we zo dus niet te zien, maar we nemen wel de tijd om een kijkje te nemen in en om een boerderij. Het is eigenlijk niet één boerderij maar een groepje boerderijen, waar verscheidene gezinnen wonen en werken achter de verschillende poorten. Om de boerderij is het zoals in de hele wereld: een opeenhoping van werktuigen, afgevoerde rommel, mest, bouwmateriaal, gekapt hout en ga zo maar door. Niets bijzonders dus.




Op en om de boerderij is het als overal in de wereld.


De muurversieringen zijn overal (niet alleen in dit dorpje) op de muren met losse handjes en kwasten aangebracht met rode verf en witte kalk.



Dit is geen wandversiering al werkt het wel decoratief!
Het is mest die in platgeslagen bollen tegen de muur is geplakt om te drogen. De droge bollen dienen als brandstof!

Ik mag in de 'keuken' foto's nemen, maar veel meer van de boerderij krijg ik niet te zien, omdat we verder moeten.



De 'keuken'. Hoe kun je in vredesnaam in deze kleine ruimte met zulke minimale middelen voor zoveel mensen koken?

Zo komen we uiteindelijk, toch weer in de regen, aan in Gyantse. Erg jammer dat het regent want de omgeving moet erg mooi zijn en ook de Kumbum, waardoor Gyantse beroemd is, is zegt men op z'n mooist in de zonneschijn. Ondanks het donkere natte weer gaan we toch maar wel naar de Kumbum, die midden op het ommuurde kloosterterrein staat.

Als we door de poort van het klooster lopen worden we aangevallen door de traditionele massa bedelaars en souvenirverkoopsters (bijna dezelfde orde).



De Kumbum van Gyantse.

Deze Kumbum is een chörten, een grafmonument en gedenkteken voor de 1991 overleden Panchen Lama. Een chörten is eigenlijk één groot symbool: de vierkante basis staat voor de aarde, de koepel voor water, de trappen voor vuur en de top voor de maan. Ook de verschillende bovenste onderdelen van het gebouw vertegenwoordigen verschillende waarden van het Boeddhisme. Het geheel wordt echter tegelijk ook gezien als een Boeddhabeeld: de vierkante onderkant is de zetel van Boeddha en alle etages zijn zijn lichaam en de koepel verbeeldt het hoofd van Boeddha met diens ideeën.


De chörten is ontzagwekkend hoog en heeft een gouden 'koepel' en de stoepa is wel erg mooi, maar veel verrassingen biedt die toch ook weer niet. Hij heeft een groot aantal verdiepingen met omgangen en elke omloop heeft aan de binnenzijde nissen met daarin Boeddha's en protectors (beschermgoden). We beginnen onderaan en dan blijkt dat iedere hogere omgang meer van hetzelfde is. De Boeddha's zijn stuk voor stuk verschillend versierd in alle mogelijke kleuren: goud, geel, rood, blauw, groen.

De veelkleurige omlopen.

Helaas, in het duister zijn alle katjes grijs: wij kunnen omdat het zo donker is van al die kleurenpracht nauwelijks genieten.

De bovenste etages van de stoepa zijn om wat voor redenen dan ook niet te bezichtigen. Misschien dat die nog gerestaureerd moeten worden, want het schijnt dat ook hier door de rode gardisten tijdens de Chinese Revolutie onbehoorlijk is huisgehouden.



Zelfs in het klooster hebben ze stromend (regen)water!



Na de Gyantse-kora babbelen de pelgrims urenlang onder het 'genot' van een kopje yakboterthee.

Weer terug beneden koop ik snel een mani bij de kloosterpoort, vers gebeiteld in een stuk steen: 'Um mani padhe um'!


Gebrekkig vertaald betekent dat: De zegen voor 'het sieraad in de lotus!' (= God). (Het is een gebrekkige vertaling omdat niemand – ook taalkundigen niet – de juiste betekenis van elk woord kent en ook omdat achter elk woord een metafoor huist en daarvan de betekenis niet altijd bekend is.) 'Um mani padhe um' is een sutra, de eerste zin van een preek door Boeddha.

Ik moet trouwens echt wel snel weg zijn, want het begint ineens te stormen en te hozen! Jammer, jammer, jammer, we kunnen helemaal niet van de schitterende omgeving van de Kumbum genieten. We rennen naar het hotel terug en trekken daar droge kleren aan en gaan aan het avondeten.


<-- Tibet 2000: Deel 4 Tibet 2000: Deel 6 -->


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
www.bgbpix.nl