Jemen dreigt een nieuw doelwit te worden voor een antiterreurcampagne van
de Verenigde Staten. Helemaal onbegrijpelijk is dat niet. Hoewel de regering
van Jemen tegen Al Qaida is, kan die niet verhinderen dat veel Al Qaida-aanhangers
zich schuilhouden op Jemenitisch grondgebied. In onze oren klinkt zoiets
belachelijk en lijkt het een teken van onmacht en misschien wel onwil
van de Jemenitische regering. Toch liggen de zaken wat genuanceerder.
De Jemenitische regering heeft inderdaad niet al te veel invloed en gezag
in laten we het maar 'de Buitengebieden' noemen. Dat is niet geheel onbegrijpelijk
als je de geschiedenis van het land kent. Die geschiedenis wordt voor
een groot deel bepaald door de geologie van het land. Grote delen van
het land zijn buitengewoon moeilijk begaanbaar.

Jemen is voor moderne voertuigen nauwelijks begaanbaar. Als men al een auto heeft, dan is dat een oeroude Toyota pick-up.

De enige asfaltweg naar het noorden.
Noord-Jemen is uitgesproken bergachtig. De hoofdstad Sana'a ligt op 2350 meter hoogte.

In de bergen in het noorden is elk dorp een onneembare vesting.

Een bergdorp in het noorden.

Voor de bewoners bieden de bergdorpen alleen maar veiligheid tegenover
andere stammen. Verder heeft de ligging alleen maar nadelen.

Landschap in de buurt van Sa'ada in het noorden.

Een stadstaatje in het noorden van Jemen.
Zuid-Jemen, dat voor een groot deel aan zee ligt, kan eigenlijk wel een
woestijn genoemd worden. De weg van Marib naar de Hadramaut (een enigszins
bewoonbaar gebied in het zuidoosten) ligt in Het Lege Kwartier. Dat is
een enorme, zanderige vlakte die zich uitstrekt tot ver in Saoedi Arabië.

Het Lege Kwartier in de regen.

Het Lege Kwartier in de regen.

Het (ontzettend) Lege Kwartier in het oostelijk deel van het voormalige
Zuid-Jemen.
Het noordelijke Jemen wordt feitelijk beheerst door stamhoofden. Door
de eeuwenlange geïsoleerde ligging van de dorpen (steden zijn er nauwelijks)
zijn daar de stamhoofden eigenlijk nog steeds helemaal de baas en zij
laten zich weinig gelegen liggen aan de centrale regering. Er worden,
zij het veel minder dan vroeger, zelfs nu nog stammenoorlogen gevoerd.

De stad Kuchlan in de noordelijke bergen.

Voor een hotel een schitterende ligging, maar om te wonen wél veilig tegen indringers, maar niet bepaald praktisch.

Een huizengroep in het noorden.
Wapens zijn er in overvloed te verkrijgen en bovendien spotgoedkoop.
Er is in de buurt van Sa'ada (in het noorden) een markt waar voor ongeveer
25 dollar voor werkelijk iedereen een Kalasnikov te koop is!

Op de markt kan iedereen een Kalasnikov kopen.

Iedere man is in Jemen sowieso gewapend met een vlijmscherpe dolk,
een Djambía. Meestal nemen de mannen buiten de deur hun Kalasnikov mee!
Toen wij deze groep Jemenieten tegenkwamen, mochten wij niet alleen de
Kalasnikov even vasthouden, maar we mochten er voor 1 dollar per schot ook op vale gieren mee schieten!
Ook toeristen hebben met de macht van de stamhoofden te maken. Bekend
zijn natuurlijk de gevallen dat er toeristen zijn gegijzeld en pas na
overhandiging van veel losgeld door de regering van de toeristen werden
vrijgelaten. Vroeger werd dat geld gebruikt om scholen te bouwen of waterputten
te slaan. De regering gaf daarvoor de benodigde gelden niet. Tegenwoordig
worden er echter ook gijzelaars gedood om fondsen te werven. De regering
staat letterlijk machteloos.
Zelf heb ik op onze reis door Jemen meegemaakt dat een stamhoofd per se
onze groep door zijn gebied moest vervoeren. Onze jeeps moesten we achterlaten
en wij moesten vele dollars betalen om verder te komen. Halverwege de
rit in de 'gehuurde' auto's vond het stamhoofd dat hij niet voldoende
dollars had gekregen - de groep was klein! - en eiste nogmaals een fors
bedrag.

Bovenop de berg rechts ligt de stad Shihara. Tijdens de burgeroorlog
kon die alleen met vliegtuigen bereikt worden. De levensgevaarlijke steile
en smalle weg ernaartoe eindigt in een smalle trap met een nog smallere brug over een 300 meter diepe kloof.

De toegangsweg naar Shihara.

Shihara (links en rechts boven) is door zijn ligging een onneembare
vesting.
Uit het uiterste oosten van Jemen hoor je dezelfde geluiden over de stammen
aldaar. En ook daar zijn de enkele stammen vaak verbonden met grotere
stamverbanden. Een 'indringer' neemt het dus nooit op tegen een enkele
Jemeniet.

Tarim is een van de grootste steden van Zuid-Jemen in de Hadramaut.
Dat de centrale regering soms aan de zijlijn blijft staan heeft ook te
maken met het feit dat de stammen tegenover de vijand, en dat is ook de
centrale regering, zoals gezegd, ineens wel samen een gewapend front kunnen
vormen van meer dan 80.000 man. En het laatste wat de regering nodig heeft
is een nieuwe burgeroorlog.

Het Jeminitische leger in staat van paraatheid. Verboden te fotograferen!
Niet eens zo heel erg lang geleden – van 1960 tot rond 1990 - bestonden
er nog twee Jemens: een aartsconservatief islamitisch Noord-Jemen (Jemenitische
Arabische Republiek) en een onder Russische invloed staand, veel moderner
Zuid-Jemen (Volksrepubliek Jemen) die bepaald niet op vriendschappelijke
voet met elkaar stonden. Kort gezegd: na een jaren durende burgeroorlog
besloten beide republieken zich op 22 mei 1990 te verenigen.
Veel van die recente geschiedenis is zeer duister omdat beide republieken
nauwelijks of in het geheel niet voor westerlingen toegankelijk waren.
Over die oorlog doen overigens wel de vreemdste verhalen de ronde. Zo
zou een groot deel van het zuidelijke leger krijgsgevangen gemaakt zijn
en zijn 'opgeborgen' in Noord-Jemen en die detentie zou zijn betaald door
Saoedi Arabië (= de Verenigde Staten). Alles bedoeld om de stabiliteit
in de regio zo groot mogelijk te houden. Veel van die zuidelijke strijders
zullen ook nu zeker nog met rancuneuze gevoelens tegenover de noordelijken
en dus ook de centrale regering rondlopen.
Omdat beide gebiedsdelen ook nu nog zo moeilijk begaanbaar zijn is het
dus in het geheel niet onlogisch dat het voor Al Qaida-leden vrij eenvoudig
is om zich ergens schuil te houden. En dan is er ook nog het feit dat
veel Jemenieten vanwege de burgeroorlog, de oorlog in Irak en de oorlog
in Afghanistan zeer Anti-Amerikaans zijn en Al Qaida min of meer openlijk
steunen. Dit alles maakt het voor de zwakke centrale regering erg moeilijk
om ongewenste binnenkomers op te sporen. En Al Qaida komt er zeker, want
op de wereld zijn niet zo erg veel gebieden meer waar ze in het verborgene
hun gang kunnen gaan. Ze verzamelen zich op dit ogenblik dus voornamelijk
in Jemen en het aan de andere kant van de Rode Zee liggende islamitische
Somalië.
[De foto's zijn tien jaar geleden genomen met een analoge camera.
Ik heb in Sana'a mijn foto's laten afdrukken op een Fujiprintmachine.
Bij het ophalen van de afdrukken bleek dat de negatieven zwaar beschadigd
waren. Een paar jaar later bleek dat ook de afdrukken niet goed gefixeerd
waren. De foto's bij deze special zijn gescand en hebben daardoor nog
meer aan kwaliteit verloren.]
© Ben de Graaf Bierbrauwer
Reacties naar benilse@quicknet.nl
https://bgbpix.nl
|