Een nostalgische toer over de Peloponnesos
Deel 10

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28    


Even buiten de opgraving van het antieke Messini bevindt zich het klooster Andromonastiri. De hoofdkerk daarvan is gewijd aan de Transfiguratie van Christus. Voor Grieken is dit de reden om het klooster te bezoeken. Dat is namelijk een zeer belangrijk onderdeel van de Grieks-orthodoxe religie.

Dat buitenlandse toeristen het klooster niet vaak bezoeken is wel te verklaren: het ligt namelijk een paar honderd meter 'achter' de immense opgraving van Messini. Bovendien is het weggetje ernaartoe nauwelijks te berijden met een gewone personenauto, laat staan met een toeristenbus.


Het klooster is zeer recent opengesteld voor bezoekers na een grondige restauratie. Die restauratie blijkt overigens bij ons bezoek nog lang niet voltooid te zijn.



De buitenkant van het het klooster ziet er goed uit, maar binnenin is het eigenlijk nauwelijks de moeite van een bezoek waard. Het is binnen aardedonker en van de beschilderde muren zijn alleen nog maar met veel moeite de spaarzame verfresten van fresco's te zien.







In Griekenland wordt van alles en nog wat gerestaureerd: huizen, oudheden, kerken, beelden. In een land met zoveel oudheden is het eigenlijk wel logisch dat er gerestaureerd wordt. Dat huizen en kerken een beter leven krijgen lijkt mij logisch, maar moeten ook al die zaken die bijna dagelijks uit de grond worden gehaald ook weer in oude glans worden hersteld?

Tegenwoordig maken ze de tempels uit lang vergane tijden weer als nieuw. Er wordt als het ware een nieuwe tempel opgetrokken. Dat er bij het reconstrueren van een tempel van de oude delen een ontbrekend deel wordt ingevuld door een nieuw deel is niet alleen voor het reconstrueren prettig, maar vooral ook voor de toeschouwer(s).

De vraag is: moet er wel gerestaureerd worden en voor wie doet men dat eigenlijk?

Bij antieke theaters is het eigenlijk wel logisch dat die hernieuwd worden. Deze worden tegenwoordig veelvuldig gebruikt voor muziekuitvoeringen en toneelvoorstellingen en zijn dus weer functioneel. Een fresco aan een oude kerkmuur zou zonder restauratie ongetwijfeld teloor gaan in de loop der tijden. Men behoedt die fresco’s op een in mijn ogen nogal merkwaardige wijze voor de ondergang: ze worden vaak gewoon overgeschilderd. Het gaat de Grieken alleen om de beleving van de voorstelling en niet om de kwaliteit of de kunstwaarde door de oudheid of de beroemdheid van de schilder van het voorgestelde.

Dat ik er echt niet alleen zo over denk blijkt uit het volgende. Ik las dit in de door Daniël Koster geschreven Reisgids – Athene en de Peloponnesus: "De tholos ten zuiden van de tempel was zeker het interessantste van het gebouw van het heiligdom. Maar of het huidige reconstructieprogramma de fluwelen tong van de esthetica kan strelen is nog maar de vraag, In ieder geval voegt deze lelijke nieuwbouw niets toe aan de kennis van het gebouw."

De vraag is en blijft dus: Moet er eigenlijk wel gerestaureerd worden en voor wie doet men dat eigenlijk?

Door een praktisch onbewoonde bergachtige streek rijden we een klein eindje verder van het klooster naar het zuiden op zoek naar de resten van de oude stad Phigalia.



Phigalia was in de Oudheid een van de belangrijkste steden op de Peloponnesos en tussen de 6e en 3e eeuw voor Christus op zijn hoogtepunt. De stad is daarna in verval geraakt en geheel vergeten.

We zijn er in het verleden een aantal keren langs gereden, Er was geen echte weg naar de oude stad. De weg hield op bij een naburig dorpje.


Vanuit de verte konden we de kilometerslange stadsmuur zien en dat was dan het enige.



In 2016 hebben we nog een keer geprobeerd in het antieke Phigalia te komen. We kwamen er erg dichtbij en moesten daarvoor de rivier de Neda oversteken. Het bruggetje met het weggetje naar de oude stad was toen helaas geblokkeerd door overstromingen vanwege hevige regenval. We zijn in de buurt nog wel even verder wezen zoeken en kwamen toen toevallig 'ergens' de resten van een Griekse tempel tegen.


Het was het Dionysion. De tempel was gewijd aan Dionysos Akratophoros. Die naam betekent letterlijk Dionysos 'Hij die de wijn puur schenkt'. Een wat merkwaardige naam als men bedenkt dat wijn in de oudheid altijd verlengd werd met water!



Nog wat verder stonden langs de weg de overwoekerde resten van enkele muren van graven (?) en/of huizen uit de Oudheid.



<--Peloponnesos: Deel 9 Peloponnesos: Deel 11-->


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
https://bgbpix.nl