Een nostalgische toer over de Peloponnesos
Deel 14

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28    


Het schiereiland de Peloponnesos heeft in het zuiden drie 'landtongen' ,'vingers' die ver in zee uitsteken. De middelste vinger, de Mani, is een wel heel apart en zeer bijzonder deel van de Peloponnesos. Het natuurschoon is daar overweldigend. Maar het bijzondere en aparte zit meer in de daar wonende mensen.

De enorme bergketen in het noorden, de Taygetos, met net meer dan 2400 meter, sluit het zuidelijk gedeelte van de Mani bijna geheel af. De gehele middelste vinger is een uiterst onvruchtbaar gebied. Dát én de ontoegankelijkheid van die vinger hebben geleid tot een zeer onafhankelijke, strijdvaardige bevolking die geen vreemden op hun gebied duldde. Ze moesten zelf vechten om elk stukje vruchtbare grond en daardoor moesten ze helemaal niets van anderen hebben, ook al kwamen die uit Griekenland zelf.

De Turken kregen er ook niet echt een poot aan de grond, terwijl die Griekenland toch heel lang bezet hielden. Zij lieten de streek, omdat die voor hen slechts van gering economisch en strategisch belang was, maar min of meer met rust.

De bewoners van de Mania wantrouwden ook elkaar en daarom bouwden ze torenhuizen, met kleine ramen en zonder toegang. De bewoners konden zelf met een ladder aan de buitenkant door een opening op de eerste verdieping in de toren komen. Die ladder werd bij dreigend gevaar door die opening binnengehaald. Op die wijze konden ze zich tegen iedereen verdedigen in hun eigen vesting(toren). Sommige familieclans hadden zelfs een eigen legertje!

Na de Turkse overheersing verdienden de meeste Manioten hun geld met slavenhandel en piraterij. Ze bouwden daarom hun dorpen verborgen in de bergen, onzichtbaar vanuit zee, terwijl ze zelf uitzicht hadden naar alle kanten. Uiteraard werd die piraterij verboden en strafbaar gesteld door de Griekse regering en mede daardoor trokken gaandeweg veel jongere Manioten naar de stad om met minder gevaarlijk werk hun geld te kunnen verdienen. Zo verouderde de werkzame bevolking en daardoor verarmde de gehele streek langzaamaan en raakte geleidelijk in verval.

Met de opkomst van het toerisme kwam er echter weer leven in de Mani. Het begon in Kalamata en breidde zich voorzichtig uit naar de stranden van Kardamili en Areopolis. En niet eens zo lang geleden drong het tot de reisorganisaties en de projectontwikkelaars door dat juíst omdat de hele streek met een bevolking met vreemde, ongastvrije op vestingen lijkende torenhuizen zo apart was toeristen zou kunnen aantrekken.

In snel tempo werden die norse torens en huizen door handige projectontwikkellaars opgekocht en omgetoverd tot fijne b&b's. Toen de echte Manioten zagen dat er met het toerisme geld te verdienen viel, verbouwden ze ook zelf hun eigen huizen en torens, zodat daarin ook toeristen konden verblijven.

Overigens verloren ze zeker hun eigen aard niet. Ze bleven zichzelf: eigenzinnige Manioten, dat moet gezegd. Heel apart toch wel. De meeste Manioten waarmee wij in het uiterste zuiden in contact kwamen, waren kort van stof en niet bepaald vriendelijk, zelfs niet in de kafenions en restaurantjes. Wantrouwig dus en soms zelfs onbeschoft!



Vanuit het westen kan men de Mani slechts op een manier verkennen: er is namelijk vanuit Kalamata maar één weg naar het zuiden. Vroeger waren er helemaal geen bestrate wegen, maar alleen geitenpaadjes en 'chomatodromossen' (stofwegen).


Die ene weg naar het zuiden is er nog steeds, maar nu toch wel aangepast aan onze tijd, hoewel hij nog steeds erg smal en soms ongemeen kronkelig is.

Onderweg naar Kardamili komen we in de bergen bij Kampos een prachtig Byzantijns kerkje tegen dat vanzelfsprekend een fotostop waard is.




Fantastisch uitzicht over de kust van de echte Mani.



Kardamili is eigenlijk de verzamelnaam voor een aantal buurtschappen, vroeger bekend onder de naam Proastio. De buurtschap die aan zee ligt is tegenwoordig de meest bezochte plaats. Een eindje hoger tegen de berg aan liggen nog twee stille wijken die door de zon- en zeezoeker worden vergeten, maar zeker wel worden bezocht door mensen die door de Vyroskloof willen trekken of een van de vele goed aangegeven trekkingroutes willen volgen. Beide buurtschappen hebben best wel voldoende moois om even bij te blijven rondkijken.

Het Oude Kardamili.


Het tegen de steile helling liggende buurtje, eigenlijk het Oude Kardamili, staat helemaal los van het drukke gedoe aan het strand. Het heeft iets weg van een knus, klein kerkdorpje uit vroeger tijden. Het ranke, typische kerktorentje van fraai opengewerkt verweerd natuursteen steekt er opvallend boven alle bebouwing uit.






De andere, wat grotere wijk, mist totaal de intimiteit van het Oude Kardamili. Toch is het echt wel interessant om er even doorheen te lopen. Er staan namelijk twee behoorlijk oude Byzantijnse kerkjes met ook hier hoge open torentjes, die mooi versierd zijn. Helaas zijn de interieurs van beide kerken niet te bezichtigen vanwege restauratiewerkzaamheden.














Het stadhuis met links daarvoor een gebedshuisje.             


<--Peloponnesos: Deel 13 Peloponnesos: Deel 15-->


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
https://bgbpix.nl