Een nostalgische toer over de Peloponnesos
Deel 11

01 02 03 04 05 06 07 08 09 10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27 28 29  


Vanaf Olympia kan je dus door het binnenland naar het zuiden, maar veel sneller en gemakkelijker kan je langs de westkust naar het zuiden afzakken. Wat steden en dorpen betreft heeft die route niet zoveel te bieden. Ook het uitzicht op zee is nogal beperkt omdat er ooit erg lang geleden in de duintjes langs de zee naaldbomen zijn geplant en die aanplantingen zijn inmiddels uitgegroeid toe dichte naaldbossen.


Vroeger kon je met een nogal krakkemikkig stoomtreintje vanaf Patras heel gemakkelijk, maar wel ijselijk langzaam, tot aan Kyparissia komen. Je reed dan door de duinen van Kaiafa.

Wij hebben gekampeerd ongeveer naast de spoorrails in de naaldbossen van Kaiafa. Toen we daar een paar dagen het treintje langs ons hadden zien rijden, bleek dat de wagenvoerder ons ook begon te herkennen: we werden steeds met de stoomfluit vrolijk begroet. Dat waren echt andere tijden!

Nu rijdt het treintje niet meer. De rails liggen er nog wel. Misschien denkt men erover om er in de toekomst een toeristentreintje van te maken. De streek heeft werkelijk alles om voor de toeristen aantrekkelijk te zijn. De zandstranden zijn er van een onvergetelijke schoonheid en ik heb de indruk dat gezien het aantal campings en hotels dat er is gekomen het toerisme daar ook behoorlijk gebruik van zou kunnen maken.


Een andere keer in een ander jaar hadden we een eindje ten zuiden van de naaldbossen in de duintjes ons tentje opgezet en dachten er een bijzonder rustig plekje gevonden te hebben. Dat was het ook tot in de vroege morgen. We werden gewekt door een vreemd geluid op de tent. Het jachtseizoen was die dag geopend en een groep jagers had ongewild in onze richting geschoten, met hagel! Wij vonden het toen raadzaam om maar zo snel mogelijk ons tentje op te breken en een paar kilometer verder naar het zuiden weer op te zetten. Ik geloof nog steeds dat de jagers ons niet eens gezien hebben.

We dachten ons tentje daarna opnieuw op een goed plekje te hebben neergezet. We stonden namelijk in de buurt van het meertje bij Kaiafa. Niets wees er op dat het helemaal geen goed plekje was. Toen de nacht viel, draaide de wind naar het oosten en nam de geur van het water van de bron aan de andere kant van het meertje mee. Met die stank viel echt niet te slapen: het was een afschuwelijke, doordringende zwavelstank. Overdag merkte je helemaal niets van die lucht, anders waren we er echt nooit gaan staan.

Ooit werd er bij het meertje gebruikgemaakt van het zwavelhoudende water. Grieken geloven er heilig in dat dat goed is voor de gezondheid en helpt tegen allerlei kwaaltjes. Ze smeerden zich in met zwavelmodder, liepen er dan een tijdje mee rond tot het droog was en spoelden zich dan af met dat zwavelige water.

In 2019 kwamen we er weer langs en toen zag ik tot mijn verrassing dat de Grieken weer teruggevallen waren op hun oude geloof: zwavel is goed voor je gezondheid. Op de plek van de bron was nu een heuse Spa met alles erop en eraan. Er was een heel dorp omheen gebouwd met hotels en gezondheidswinkels. Totaal onherkenbaar. Duidelijk was dat ze hoopten op veel bezoekers. Van het zwavelmeertje was trouwens niet veel meer te zien: het was bijna helemaal dichtgegroeid met hoog riet.


Eigenlijk is er in dit deel van de Peloponnesos toch niet zo heel erg veel veranderd. Her en der zijn er nog wel wat campinkjes bijgekomen. Waarschijnlijk zijn die er gekomen omdat vrij kamperen in de duinen en bossen nu streng verboden is vanwege het altijd aanwezige brandgevaar.

De zeenarcis (ik ben geen bioloog!) die je vrijwel nergens meer ziet is in dit gebied nog uitbundig aanwezig.


Verder naar het zuiden ligt het wat grotere stadje Kyparissia. Vroeger was het een stadje waar de toerist alleen maar snel langs reed. Het bood buiten het kasteel op de heuvel midden in het stadje maar weinig interessants, hoewel het met zijn nauwe straatjes nog wel enigszins Turks aandeed.


In Griekenland is pas na de Tweede Wereldoorlog overal veel gebouwd. De huizen die wat ouder waren, waren vaak slecht onderhouden en werden vrijwel allemaal omvergehaald en vervangen door nieuwbouw. De prachtige oude huizen van de wat rijkere Grieken, de archontiko, waren absoluut niet meer geschikt voor bewoning. Ze waren gebouwd aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. En ook in de huizen van de Grieken op het platteland kon men eigenlijk niet wonen: geen riool, geen elektra, soms zelfs geen water. Zo veranderden alle karakteristieke Griekse huizen in de steden in eenvormige betonnen blokken en datzelfde gebeurde met de huizen op het platteland.



Zo veranderden alle karakteristieke Griekse huizen in de steden in eenvormige betonnen blokken en datzelfde gebeurde met de huizen op het platteland.

Ook in Kyparissia verdwenen veel oude huizen en het is nu een stad geworden zonder een eigen gezicht. De smalle straatjes zijn natuurlijk allemaal verdwenen. Het oude Byzantijnse kasteel dat hoog boven de betonblokken op de heuvel staat is feitelijk nog het enige dat aan het vroegere Kyparissia herinnert.

Het is nu wel een voor de regio zeer belangrijke handelsstad. De haven is fors uitgebreid voor de uitvoer van de agrarische producten uit de regio. Bovendien heeft het toerisme door de nabijgelegen dorpjes aan zee een flinke boost gekregen.

De weg van Kyparissia naar Gialova loopt min of meer langs de kust. Niet door een echt bijzonder landschap, maar het is overal gewoon echt Grieks. Pas bij Gialova wordt het totaal anders. Je kijkt daar plotseling uit over een soort binnenzee die wordt afgesloten door een langwerpig eiland.


We waren op doortocht al een paar maal in en bij Pylos geweest. De laatste keer zetten we in Gialova ons campertje op de camping en bleven daar een tijdje. We gingen dit keer echt op ontdekkingsreis rond de baai.

Aan de noordkant van de binnenzee zijn een aantal prachtige stranden, die voornamelijk door Grieken uit de buurt worden bezocht.


Bovenop een heuvel stond een kasteel, een fort, of althans een ruïne. Het zag er indrukwekkend en interessant uit.


Het pad errnaartoe was erg steil en bezaaid met losse stenen, zodat we na een eindje moeizaam klimmen er toch maar van moesten afzien om daar boven te komen. Vallen ging gemakkelijk, maar het opstaan was erg moeilijk.

Op onze ontdekkingstocht was een stukje verder een filmploeg aan het strand bezig om een commercial voor zonneolie (?) op te nemen. Ik moet zeggen dat het er erg amateuristisch uitzag. De strandgasten liepen de hele tijd over de 'set' heen en weer, maar misschien moest dat ook wel!


Na de mooie stranden liepen we door een moerasland met wilde vegetatie. Daarin scharrelden schilpadden en waterschildpadden. Merkwaardig genoeg hebben wij bij dit visrijke water en ook in de baai geen enkele vogel gezien of gehoord. Eigenlijk wel heel vreemd ...






We liepen ook langs een ingesloten ondiepe zeearm die, gezien het aaantal netten dat daar was uitgezet, beslist wel visrijk moest zijn.


Onderweg kwamen we verder een houtskoolbranderij tegen. Van boomstam tot houtskool: een eenvoudige leergang van het proces. Houtskool is zeker voor de Grieken een noodzakelijk product voor het grillen (= verbranden) van vlees. Ik heb trouwens het idee dat de Grieken de grootste vleeseters van Europa zijn!



Er bleek naar het zuiden nog een pad te zijn dat naar een heuvel leidde. Helaas was ook dat pad gaandeweg veel te steil en te rotsig om naar boven te lopen. Dat was ook wel jammer, niet omdat we dan niet van een uitzicht over zee konden genieten, maar wel omdat we bovenop die heuvel de resten van nog een fort of paleis zagen en die niet konden benaderen.



Bij ons hele tochtje langs de noordkant van de baai konden we steeds aan de zuidkant van de baai in de verte een opvallende, vulkaanachtige berg zien met daarvoor de witte huizen van het stadje Pylos.



<--Peloponnesos: Deel 10 Peloponnesos: Deel 12-->


© Ben de Graaf Bierbrauwer

Reacties naar benilse@quicknet.nl
https://bgbpix.nl